Over woorden en tastbare plekken

Door Jessica Brandwagt

Ik sta op een prachtige plek in het bos en hoor ontelbare vogels fluiten, het gezoem van insecten en het ruisen van de wind in de boomtoppen. In de verte het geluid van verkeer en een vliegtuig. Stemmen zijn hier zeldzaam. Ik snuif  de typische frisse en zompige boslucht op en moet soms oppassen dat de eikels die uit de bomen vallen niet op  mijn hoofd belanden. Ik stel me een bozige eekhoorn voor, die zijn verzamelde natuurschatten gebruikt om mensen te bekogelen. De geur van brandend kaarsvet bereikt mijn neus: vlammetjes die in de beginnende schemering een hart vol licht vormen. De ondergaande zon zet de lucht tussen de bomen door in brand. Ik pak het houten bankje, ga zitten, sluit mijn ogen en laat de geuren en geluiden me doordringen. Ik ben thuis.

Ik zit voor het grafje van James. Voor de zoveelste keer. Wie heeft ooit kunnen bedenken dat ik kind aan huis zou worden bij een begraafplaats? Mijn zoon zou dit moeten zijn bij een speeltuin. Of bij een lieve oude dame waar hij een beker warme chocolademelk komt drinken en tussen oude prentenboeken snuffelt. Volledig in fantasie opgaat en de tijd vergeet. Nee, de rollen zijn omgedraaid. In plaats daarvan zit ik hier en gaan deze levendige scenario’s door mijn hoofd.

Een graf wordt vaak een een laatste rustplaats genoemd. Ik heb heel veel moeite met die term. Het was verschrikkelijk om James zijn lichaampje in de koude, natte aarde te stoppen. Ik had de neiging om met een paraplu boven het grafje te gaan zitten als het regende. Hoezo rustplaats? Rust versus de beweging die ooit werd gemaakt? Of is de term bedacht om het voor de achterblijvers (als in nabestaanden, maar dat woord gebruik ik liever niet) minder pijnlijk te maken, ervan uitgaande dat de overledene zacht rust?

Ook van het woord ‘plekje’, fysiek of emotioneel bedoeld gaan mijn haren overeind staan.  Gevoelens en emoties kan ik niet op een plek wegzetten. Als James ergens al een plek heeft, dan is het bij mij en in mij. Waar ik ook heenga. Allesomvattend.

“Heb je het al wat meer een plekje gegeven Jes?”.
“Wat bedoel je met ‘het’?”
“Nou, James enzo ..”
“Nee”, antwoord ik vriendelijk doch knarsetandend, “James enzo kan ik niet op een plek wegzetten. Waar ik vervolgens de deur open en dicht kan doen wanneer ik dat wil”.
“Oh..”

Op het moment dat ik geconfronteerd werd met de geboorte en dood van James, is het me opgevallen dat veel mensen over het algemeen vaak uit onmacht óf helemaal niets zeggen, óf alleen maar in typische termen kunnen vervallen. Ergens is dat begrijpelijk. Want er zijn ook geen woorden die recht doen aan de pijn en het verdriet. Daarom zijn die termen bedacht. Voor anderen om het te kunnen plaatsen. Daar in dat hokje. Voor anderen om tenminste wat standaardzinnen tegen de rouwende te kunnen zeggen. En dat is heel jammer. Want niet alleen vul je het op die manier vaak in voor de ander, maar je biedt ook  geen ruimte om de ander gewoon te laten praten om te trachten woorden te geven aan al die gevoelens en  emoties. En vaak zijn woorden van anderen in deze ook echt overbodig. Gewoon er zijn. Luisteren en niets zeggen. Dat is vaak al voldoende.

Het kiezen van de juiste woorden die voor mij de lading dekken is erg belangrijk.  Helemaal als het over mijn zoon en zijn geboorte en overlijden gaat. Ik kan geen allesomvattende naam of term bedenken die zowel het concrete of tastbare (zoals grafje) als het abstracte (James is bij mij en in mij) omvat. Ik heb geen tastbare plekken of andere zaken nodig om mij aan hem te helpen herinneren of om bij hem te kunnen zijn. James Is. Altijd.

Natuurlijk hebben meerdere tastbare plekken en ook bepaalde voorwerpen voor mij een emotionele lading. Bijvoorbeeld een blauwe hortensia. Deze prachtige, intens heldere blauwe kleur zou één van de kleuren van de babykamer worden. En zijn grafje is voor hem geen  –om even die term weer aan te halen- laatste rustplaats, maar voor mij een eerste toevluchtsoord. Die mooie plek ligt op een  afgelegen hofje op de begraafplaats en is omgeven door bomen en rododendrons, die in de lente  de omgeving veranderen in  een prachtige bloemenzee. Het is een toevluchtsoord om me te ontladen en weer op te laden, om te bezinnen en vooral ook om gewoon te Zijn. Bij mijn zoon. Want ook daar is een deel van hem. Daar ligt zijn vorm, zijn lichaampje waarvan ik iedere millimeter in me heb opgezogen toen hij nog bij me was. Zijn grafje is voor mij een magische plek.

James hoort bij mij te zijn. Thuis, gezond en blakend. En misschien kind aan huis bij een oude dame. En als dat niet kan, dan ben ik maar een soort van thuis bij hem. Op deze tastbare plek.

Ik sta op en zet het bankje terug. De vogels zijn intussen stil en de zon is ondergegaan. Terwijl ik terugloop naar mijn fiets zie ik een konijntje wegschieten tussen de struiken.