Moederdag 2020

 

Het is een paar dagen vóór Moederdag 2020. In de nog frisse ochtendzon sta ik bij de pomp op de begraafplaats. De zon schijnt precies tussen een paar bomen door op mijn gezicht en maakt van de omgeving een wazige gloed. De witte rozen lijken wel licht te geven. Ik maak aanstalten om water te pompen voor de rozen, die ik even daarvoor bij het bloemenstalletje had gekocht. “Voor het grafje?” vroeg de bekende vriendelijke verkoper. Ik antwoordde met een glimlach.

Mijn hand raakt de hendel van de pomp aan, die niet meegeeft. In een flits realiseer ik me, dat de pomp het nog niet doet. Pas na IJsheiligen Jessica, fluister ik mezelf toe. Ik sta een paar minuten stil. Mijn hand op de hendel en mijn gezicht vol overgave naar de zon gekeerd. Ik hoor de vogels zingen, een bij zoemen. De zoete geur van bloesem en een vleugje witte rozen bereikt mijn neus. Een traan biggelt langs mijn wang. De bekende traan van vreugde en verdriet. Vreugde om dit volmaakte moment op deze prachtige plek. Verdriet vanwege de reden dat ik hier ben. Ik had hier maar af en toe willen komen. Om James mee te nemen naar het graf van mijn grootouders. Om hem te vertellen over de dood, die zo bij het leven hoort.

Ik kijk naar mijn hand, nog op de pomp en ga als vanzelf terug in de tijd. Terug? Tijd? Nog steeds is tijd voor mij een bizar gegeven. Ik ben immers in een fractie van een seconde weer daar, met alle gevoelens en emoties die erbij horen, toen diezelfde hand ruim vier jaar geleden het intens zachte handje van James vasthield. Dat handje had ik aankomende Moederdag vast in blauwe verf op papier gekregen. Een iets groter handje dan. Die van een vierjarige.

De traan en nog een ander bereikt mijn mond, die omhoog krult in een vertederende glimlach om het beeld. De vogels lijken harder te fluiten om me terug te roepen. Terug in het Hier en Nu op deze begraafplaats. Ja, hier ben ik weer. Weer bij het grafje van mijn kind. Ik pak de lichtgevende rozen en loop ernaar toe.

Ondertussen glimlach ik nog steeds om het beeld van het blauwe verfhandje .. 

Het kamertje van James

Door: Jessica Brandwagt

Sinds november 2015 was het kleinste kamertje op de eerste verdieping van mijn volledig verbouwde huis ingericht voor de komst van James begin december 2015. De familiewieg waar al zoveel kinderen in hebben gelegen stond klaar en opgemaakt met prachtige handgemaakte lakentjes van mijn moeder. Er stond een schommelstoel waar ik James in zou voeden en voorlezen, een geweldige commode op maat én goede hoogte gemaakt. In de commode lagen zijn kleertjes klaar, een stapel luiers, warme dekentjes en een kruik. Een paar knuffelbeesten lagen te wachten op babyhandjes en een kwijlend mondje. Een kamertje dat klaar was om gevuld te worden met babygeuren, een rustige ademhaling en gekraai.

Hoe anders is het gelopen.

Toen James’ levenloze lijfje na een week weg was uit het wiegje en kamertje, was het voor mij vanzelfsprekend om zijn kamertje intact laten. Alles bleef staan, van de aangeklede wieg en verschoonkussen tot aan de knuffels en schommelstoel. Dit kamertje werd één van de tastbare plekken die voor mij zo belangrijk waren gedurende de jaren die erop volgden. In den beginne zat ik heel vaak in de schommelstoel en drukte ik mijn neus in de lakentjes waar zijn lijfje had gelegen, in de hoop nog iets van zijn geur op te snuiven. Een geur met een zweem van een goedje om zijn huid beter te conserveren. Ik kan de geur nog steeds oproepen.

De geur verdween in het kamertje. Zijn aanwezigheid niet.

Ondanks dat ik na die eerste tijd (tijd .. het blijft bizar. Ik weet namelijk niet of dit gaat over zes maanden kalendertijd, een jaar of misschien wel anderhalf jaar) niet heel vaak meer in de schommelstoel op James zijn kamertje heb gezeten, bleef die plek nog steeds zo vanzelfsprekend in mijn huis. Net zoals James zijn aanwezigheid bij mij. Iets wat erbij hoorde en waar geen sprake van was dat het ooit zou verdwijnen. Ooit bestond niet.

Toch kwam Ooit.

2019 brak aan. Ik merkte aan mezelf dat ik gaandeweg dingen van zijn kamertje ging verplaatsen. Het herinneringsboek met alle kaarten, zijn plukje haar, echo-uitslagen, ging van zijn kamertje naar de woonkamer. Ook het dekentje en de lakentjes haalde ik als vanzelf van zijn wiegje en vouwde ik op. In dat jaar verhuisde ik mijn slaapkamer naar zolder. Waarbij er een mooie kamer vrijkwam voor mijn holistische massagepraktijk die ik misschien weer wilde opbouwen. De open kast met kleding die er stond moest een andere bestemming krijgen. Al enige tijd speelde ik met het idee om ooit van James zijn kamertje een grote inloopkast te maken. De Tijd was nu blijkbaar aangekomen om dat te realiseren. ‘Ooit’ diende zich aan.

De emoties waren hevig toen ik de wieg opruimde, waar mijn vriend bij was. De tranen vielen toen ik James zijn kleertjes uit de commode haalde, waar mijn moeder bij was. Toen ik eenmaal voelde dat het goed was, wilde ik ook niet langer meer wachten met opruimen. De voorzichtige aanloop die ik eerst had genomen werd nu een zelfverzekerde pas. Het was tijd.

En nu? Nu hangt in het kamertje van James kleding van mij. Een spiegel staat op de commode, met tastbare herinneringen aan James. De schommelstoel blijft zichtbaar staan, James blijft voelbaar staan. Het kamertje ademt rust. Ooit is gekomen. En het is goed.

Ervaring lezing symposium ‘Samen Zorgen’ in het AMC

mde

Door Jessica Brandwagt

In de aanloop naar James zijn tweede verjaardag op 6 december 2017, vond in de week van 13-17 november het symposium ‘Samen zorgen’ plaats in het AMC. Het symposium was georganiseerd door de Vereniging Ouders van Couveusekinderen (VOC) in samenwerking met Stichting Steun Emma Kinderziekenhuis.

Tijdens de aftrap op maandag 13 november kwamen een aantal onderwerpen aan bod, waaronder het geven en doneren van moedermelk aan prematuren. Het is immers de beste voeding waar een baby op groeit. Desgevraagd heb ik die dag een lezing gegeven voor een zaal vol ouders en medische specialisten, over mijn ervaring met het kolven en doneren van mijn moedermelk na de geboorte en dood van James.

Toen ik werd gevraagd om een lezing te geven was ik gelijk erg enthousiast. Natuurlijk zou ik dit doen! Eventuele twijfel en angst of ik dit wel zou kunnen en durven was op dat moment niet aan de orde. De kans om mijn verhaal over te brengen en met name hopelijk mensen te inspireren prevaleerde ruimschoots. Kracht voelde ik ook. Pas later, toen ik met het verhaal bezig was kwam de twijfel. Ik zou ongetwijfeld emotioneel worden bij het uitspreken van bepaalde passages. Wat dan? Geeft niet! Zou ik mezelf wel weer kunnen herpakken als dat gebeurde? Ja, dat kun je! Regelmatig schoten allerlei beperkende opvattingen over mijzelf door mijn hoofd. Ik had nog nooit voor zo’n grote groep mensen mijn verhaal gehouden. Spreken voor een groep wel, alleen niet over dit emotionele en mooie onderwerp dat zo dicht bij mijn hart ligt. Wie was ik om te denken dat dit mij zou lukken? De directeur van het Emma Kinderziekenhuis stelde me dezelfde vraag. Heb je dit wel eens eerder gedaan? Twee jaar is wel kort geleden .. Ik hoorde de twijfel in zijn stem. Kan ze dit wel aan?

De grote dag kwam. Ik had mij goed voorbereid op het verhaal waar ik ook zonder voorbereiding veel over kan vertellen. De zenuwen begonnen inmiddels lichtelijk te gieren. Een aanwezige kinderarts die inmiddels een fijne bekende van mij is sprak me moed in. Het is goed zoals het gaat.. Het was tijd voor mijn lezing. Trillend en ook krachtig liep ik naar voren. Voordat ik begon te spreken nam ik de oplopende collegezaal rustig in me op en keek van links naar rechts, waarbij ik sommige mensen aankeek. Toen begon ik met mijn lezing. Ik sprak rustig en duidelijk, stond stil bij belangrijke momenten, ik keek de zaal in, maakte contact met mensen, voelde me volledig in mijn kracht staan, werd niet emotioneel, de aanwezigen wel. Wat ging het goed. Wat een voldoening. En wat ongelooflijk fijn om te merken, dat ik ter plekke kon voelen dat ik er ook van kon genieten om voor deze groep te staan en mijn verhaal te vertellen. Terwijl ik terugliep naar mijn plek in de zaal keek de directeur van het Emma me aan. In zijn blik zag ik goedkeuring en hij fluisterde me toe “heel goed gedaan!”

Na de lezing kwamen meerdere mensen naar me toe om te zeggen, dat mijn verhaal hen had geraakt. Ook diverse medische specialisten gaven aan, dat ze het inspirerend hadden gevonden en in hun werk konden toepassen.

Een jaar na de dood van James was ik weer enigszins opgekrabbeld. Bijna twee jaar na zijn dood hield ik een lezing voor een grote groep medische professionals over mijn ervaring. Die niet alleen had geïnspireerd, maar waarvan de inhoud ook bruikbaar was in hun werk. Wat een mooie en dankbare ervaring heeft de lezing me opgeleverd, die volgens anderen goed was geslaagd. En ja … dat vinden wij eigenlijk ook. James en ik dus. Trots op ons!

James 2 jaar 

Op James zijn kamertje staan ingelijste afdrukken van zijn handjes en voetjes. Het zullen de enige zijn die ik ooit zal hebben. Babyhandjes. Hoe groot zouden zijn handjes en voetjes nu zijn, met twee jaar? Hoe zou zijn stemmetje klinken?

Het mannetje van twee zou inmiddels al hebben geweten wat voor taart hij zou willen voor zijn verjaardag. Misschien één met een brandweerauto, of met Takkie erop.

Het is intens vreugdevol en intens verdrietig hoe James in mijn leven is gekomen. Om nooit meer weg te gaan. Het is bijzonder, hoe de moeder in mij hem ziet en ook ziet groeien. Het is rijk, hoe ik hem achter me voel staan. Om daar voor altijd te blijven.

James Brandwagt 6.12.2015 – 6.12.2017 ❤

Lieve James..

Door Jessica Brandwagt

Lieve James..

Deze tijd van het jaar is zo prachtig lieverd. De bladeren aan de bomen hebben de mooiste kleuren, veel liggen ook al op de grond. Ik stel me jou levendig voor in je rode laarsjes, terwijl je in een hoop bladeren springt en ze overhoop schopt. Met je trefzekere handjes zoek je de mooiste uit en geeft ze aan mij. Een brede grijns op je mooie bolle koppie.

Over een paar weken ben je alweer twee jaar. Eigenlijk moet ik zeggen, zou je alweer twee geworden zijn. Ik weet vrijwel zeker hoe je eruit zou zien, wat voor mannetje je zou zijn. Laat me. Laat me maar bij mijn beeld en gevoel. Want ik geloof dat ik er niet ver naast zit.

Iedere keer als ik bij jouw grafje ben, loop ik als Dagobert Duck rondjes op het pad waar de grafjes aan liggen. Altijd met de klok mee. Mijmerend, lachend, of boos en verward. Hardop pratend. Soms vriendelijk kuierend, soms wanhopig stampvoetend. Kleine jij roept dat ik langzamer moet lopen, grote jij legt een arm om mijn schouder en kijkt me aan met liefdevolle bruine ogen.

Wat als, lieve James. Prachtig kind van mij. Wat als de natuur wat meer had meegewerkt met ons. Was je dan eerder geboren? Had ik dan een heus tweejarig mannetje hier in mijn armen gehad? Of heeft de natuur juist meegewerkt? Past jouw dood in een groter plan? Antwoorden hierop zullen niet komen. Het is ook niet van belang.

Zolang ik Ben, besta jij.
Zolang ik groei, volg jij.
Zolang ik praat, fluister jij.

Dat is van belang. Dat Is. ❤

 

 

Tekens & symbolen

Door Jessica Brandwagt

Het is september 2010. Ik loop door de straten van New York. Plotseling valt mijn oog op mijn naam, die is ingekerfd in het grijze beton van de stoep. Dat moet gebeurd zijn toen het cement net was gestort. Misschien wilde een bouwvakker op deze manier een onuitwisbare ode brengen aan zijn vrouw? Of zou iemand hebben gewacht totdat de bouwvakkers net weg waren om deze boodschap achter te laten? Ongetwijfeld waren ze de dag erna woedend om de niet meer terug te draaien actie. Of ze mompelden schouderophalend ‘nice job, I don’t give a shit’. Bij mijn naam staat nog meer. Er staan de woorden ‘James loves Jessica forever‘. Ik weet nog dat ik op dat moment dacht, nou, kom maar op! Dat zou heel welkom zijn! Een James of wie dan ook! Lachend om de combinatie van namen en het voorval nam ik bovenstaande foto.

Een paar jaar later is daar een James in de vorm van mijn kind. Toen ik mijn spartelende baby in mijn buik al vrij snel de naam James gaf, was ik deze foto allang vergeten. Niet lang geleden kwam ik hem weer tegen toen ik bezig was om foto’s uit te zoeken en ik moest lachen en huilen tegelijk. Een voorteken? Wie zal het zeggen. James en Jessica zijn beide namen die in de VS vaker voorkomen dan hier in Europa. Hoe groot is echter de kans, dat ik beide namen in deze combinatie op een stoep in een immens grote stad als New York tegenkom? Die kans lijkt me vrijwel nihil. Toch is het gebeurd. Toeval? Of was er toen al sprake van James en Jessica?

Ik geloof in tekens en symbolen. Sinds de geboorte en dood van James zijn er meerdere voorbij gekomen. Zoals bijvoorbeeld het nummer van zijn grafje dat uit drie cijfers bestaat. Ik heb de cijfers meerdere malen gezien, ook op papier toen ik de ‘akte van overlijden’ tekende. Pas later, toen ik wederom daar op mijn bankje zat, drong het plotseling tot me door dat de laatste twee cijfers opgeteld het cijfer 12 is. Het eerste cijfer is een zes. James is op 6.12 geboren. Alsof deze fysieke plek bestemd was voor het lijfje van mijn zoon?

Een ander voorbeeld is de blauwe hortensia. Die blauwe kleur zou één van de kleuren van de babykamer worden. Een kleur die niet in stof te vangen is, zo is gebleken na een grondige zoektocht. Wat schetste mijn verbazing, toen ik een keer het paadje op de begraafplaats afliep richting auto en mijn aandacht getrokken werd door iets links van mij. Ik keek en zag daar een enorme blauwe hortensiastruik boven een graf. Precies in een schuine rechte lijn tien meter vóór het grafje van James. Ik zag dat het om een blauwe versie ging, vanwege een paar blaadjes die nog waren achtergebleven. Hoe is het mogelijk. De hortensiablauwe kleur zou tóch dichtbij hem zijn. Niet in zijn babykamertje, wél in een heel andere en wrange versie ervan.

Dit zijn concrete dingen. Ik zoek naar woorden die mijn gevoel het beste omschrijven als het gaat over de andere tekens die ik krijg. Soms heel subtiel, soms heel duidelijk. En vaker meer latent aanwezig. Hoe kan ik dit het beste omschrijven zonder ‘zweverig’ over te komen? Tekens van James, van zijn aanwezige energie. Prikkelingen, windvlaagjes langs mijn gezicht terwijl er geen raam of deur openstaat. Opdoemende lichtpuntjes. Om iets te noemen. Ja, dit klinkt vaag..

Ik schreef al eerder, dat het woord verwerken voor mij absoluut niet kloppend is als het gaat over James en mijn rouwproces. Omdat deze gebeurtenis niet verwerkt kan worden tot iets. Emoties verjaren niet. Alleen de manier waarop we ermee omgaan verandert. Ook het woord ‘plekje’, dat zo makkelijk genoemd wordt als het gaat om rouw hoort in die categorie. Ik kan James, zijn aanwezigheid, alle gevoelens, gedachten en emoties daaromtrent niet (even) wegzetten op een plekje. Dit alles Is, alom aanwezig en verweeft zich meer en meer met mijn leven. Eerst moest ik het doen met losse en rafelige draden, nu ontstaan er kleuren en glans. Ik ben in staat om iedere dag weer andere patronen te maken.

Die andere, meer latent aanwezige tekens hebben daarmee te maken. Met het in staat zijn om patronen te maken, om verder te leven met James duidelijk bij mij en in mij. Door een oerkracht die hij en deze gebeurtenis in mij losmaakt.

Terwijl ik dit opschrijf protesteert iedere cel in mijn lijf. Nee! Ik kan en wil dit niet accepteren, nooit! Waarom zou ik?! Ik wil niet bij zijn graf zitten, ik wil met hem in de speeltuin zijn! James hoort hier, bij mij! Gezond en springlevend! In de plassen stampend met zijn rode Jip&Janneke laarsjes! Ik wil mijn neus in zijn krulletjes stoppen! Voorlezen! Zijn eerste woordjes horen! Een tevreden opgekruld mannetje in mijn armen! Ik wil mijn zoon zien opgroeien, hem zien bewegen door zijn leven. Hem veilige kaders bieden waarbinnen hij alles op zijn manier kan ontdekken ..

Dit dubbele gevoel zal er altijd zijn. Dit hevige protest tegen zijn dood, dat naast de acceptatie ook aanwezig is en plotseling de kop opsteekt. Ik zal het moeten doen met de rafelige draden waarmee ik leer te leven en weven. Als ik kijk naar het afgelopen jaar, dan heb ik er vertrouwen in dat de patronen alleen maar mooier gaan worden. Mooier, juist vanwege de intense vreugde en verdriet, zo dicht naast elkaar.

De tekens helpen me bij het verweven. Als ik zo enorm aan het genieten ben op mijn geliefde dansvloer, dan swingt James met me mee en voel ik hem hard roepen: “Goed zo mam! Leef!!”

Terugblik 2016.

Door Jessica Brandwagt

“Opdat het hart weer fel mag gaan branden. Om iets kleins of iets groots. Om wat dan ook.” (Jessica)

Vorig jaar rond deze tijd (31.12.2015, 16:30) zat ik in de auto. Drie weken daarvoor was James begraven. Ik hoorde alle knallen om me heen en plotseling was ik in paniek. James! Hij heeft geen idee wat hem overkomt! Wat zal hij bang zijn van al dat lawaai om hem heen! Ik moest er zo snel mogelijk heen om hem uit te leggen, dat hij niet bang hoefde te zijn, dat al het geknal een reden had en dat het snel over zou zijn. De begraafplaats zou over een half uur dichtgaan. Ik scheurde erheen en rende hijgend het terrein op. Naar het grafje van mijn zoon. Blij dat ik nog op tijd was vertelde ik hem wat het geweld om hem heen betekende. Even later vertrok ik met een geruster hart. Pas veel later kwam ik erachter dat de openingstijden slechts een richtlijn is. De begraafplaats is 24 uur toegankelijk.

Daarna dacht ik over mijn gevoel na. Was dit niet een enorm rare actie van mij?! Raar, omdat ik toen het besef al had dat James daar niet was, alleen zijn lichaampje. En ik praatte overal tegen hem. Waarom per se daarheen? Ook raar, omdat James natuurlijk geen enkel benul had van alle knallen. Voor mij voelde het toch zó natuurlijk om te doen, om naar het grafje van mijn zoon te gaan en hardop iets aan hem uit te leggen. En dat was het. Een hele natuurlijke reactie, voortkomend uit een diep oergevoel van de moeder in mij die haar kind wilde beschermen. En ik voelde me weer geconfronteerd met mijn hele lege armen. Waar moest ik heen met mijn niet in de realiteit uit te dragen moederschap?

Later die avond twijfelde ik hevig of ik wel weg moest gaan. In de regio oud & nieuw vieren waar ik was uitgenodigd. Er viel niets te vieren. Ik had mijn kind een paar weken eerder in de grond gestopt. Toch ben ik gegaan. Ik dacht dat het goed was om bij familie te zijn waar ik niets hoog hoefde te houden en die mijn situatie kenden, hoewel ik de meesten nog niet had gezien na de geboorte van James. Het zou veilig zijn. Ik verwachtte een warm bad, open armen. Omdat ze me ongelooflijk hadden geholpen in praktische zin. Omdat het mensen waren die me na stonden. Het tegenovergestelde gebeurde die avond: behalve een begroeting was er niemand die iets tegen mij zei. Alsof er niets was gebeurd. Alsof er geen aardverschuiving had plaatsgevonden. Ik vond dat een ongelooflijke ontgoocheling. Ik mocht toch verwachten dat na zo’n gebeurtenis mensen naar me toe zouden komen en tenminste iets zouden zeggen!? Of een knuffel geven? Jes, wat afschuwelijk voor je. Zoiets?! Niets van dat alles. Volledig overstuur en in de war ben ik rond 23:00 weggerend.

Door bovenstaande ervaring werd me pijnlijk duidelijk, dat het voor mensen en zelfs naasten blijkbaar heel moeilijk kan zijn om iets van medeleven te tonen, steun of aandacht te geven in een dergelijke situatie. Uit onmacht of wat dan ook is het contact met mij die avond grotendeels niet aangegaan. Ter plekke was ik té verdoofd en verlamd om iets met die situatie te kunnen doen. Even later wist ik dat ik een keuze had: óf verdrietig en boos blijven. Óf bij die mensen aangeven hoe ik hun non-reactie had ervaren, hoeveel pijn het me deed en hoe ik het graag wél had willen zien. Dit laatste heb ik gedaan. In de hoop, dat in het vervolg anders gereageerd wordt op mensen die het moeilijk hebben. Het enige wat namelijk hoeft te gebeuren, is vragen wat die persoon op dat moment nodig heeft.

Dat waren de laatste uren van een ongelooflijk bewogen 2015. Een jaar waarin alle emoties tot in het uiterste zijn opgerekt vanwege veel ingrijpende gebeurtenissen die in dat jaar allemaal tegelijk kwamen: de zwangerschap, een verhuizing, mijn vader die bijna dood ging, de bevalling, geboorte en alsnog de dood. Van James.

Het jaar 2016 stond voor mij in het teken van het beginnen met verweven van de geboorte en de dood van James in mijn leven. Hoe ik dit heb gedaan is iets waar ik in een andere blog nader op in zal gaan. Er is hoe dan ook een Vroeger (voor James) en een Nu. En alles staat hierdoor in een ander perspectief. Ik kan onmogelijk hier alles opschrijven waar ik op terug wil kijken. Zoveel dingen schieten door mijn hoofd en ze zijn allemaal even belangrijk, heftig of mooi op het fysieke of mentale vlak.

Ik herinner me de verdoving, de rauwe pijn, de golven van intens verdriet waar bij lange na nog geen rustig vaarwater tussen zat. Niet die eerste periode. Verdriet dat klauwt in je buik. Verdriet waardoor je niet overeind kan blijven staan. En toch, tijdens iedere golf was daar ook het besef en de kracht dat ik hier doorheen moest. Iedere golf opnieuw. Ik wist dat dat de enige manier was om er op een gezonde manier mee om te gaan.

Er waren een aantal dingen die ik weer voor het eerst in het Nu deed. Bijvoorbeeld de eerste keer naar de supermarkt. Op een rustig tijdstip. Het was teveel. Alles daar was teveel. De achtergrondmuziek, de mensen samen in een ruimte, al die producten, de kleuren en geuren. Het duizelde me en alles kwam tig keer zo hard binnen als normaal. Ik stond snel weer buiten. Veel te snel.

Ook de eerste keer dat ik weer naar de bioscoop ging was een drama, mede door de film die ik had uitgekozen. Weliswaar prachtig, alleen voor mij toen nog, zo bleek, veel te zwaar en heftig. Het ging over een moeder die met haar zoon al een aantal jaar opgesloten zat in een tuinhuisje. Ik zag een moeder die met haar kind was (even los van de dramatische omstandigheden) en ik werd wederom geconfronteerd met het feit, dat ik nooit fysiek met James samen kan zijn. Gewoon nooit. Dat besef hakte er weer volop in. Vervolgens moest ik nog over straat richting station, volledig in tranen. Overigens is het bizar om mee te maken, dat niemand je dan aanspreekt. Omdat mensen niet meer zien wat ze tegenkomen, denk ik dan maar.

De eerste keer dat ik weer ging dansen tel ik niet mee, aangezien ik halverwege ben omgedraaid. Ik ben heel blij, dat ik de tweede keer wel ben gegaan. Het was het begin van veel fijne dansmomenten. Door het dansen voelde ik me afgeleid door het tumult in mijn hoofd en de achtbaan aan emoties waar ik nog maar al te vaak door werd meegesleurd. Het was heerlijk om door het dansen volledig in mijn lichaam te kunnen zakken en na zo’n lange tijd weer te zweven op de dansvloer. Om me weer te kunnen overgeven aan de combinatie van muziek en beweging, samen met iemand anders. Dansen heeft wezenlijk bijgedragen aan hoe ik mij weer in die buitenwereld kon neerzetten. Ik ben al mijn fijne danspartners dan ook zeer dankbaar. Zonder dat ze het wisten hebben ze mij enorm geholpen ❤.

Daarnaast was (en is) er het moedergevoel dat ik niet uit kon dragen. Die lege armen. Niemand zag aan mij dat ik moeder was geworden. De buik was weg, de fysieke baby was weg. Ik wilde het wel van de daken schreeuwen. Ik was in staat om wildvreemde mensen op straat aan te spreken en te vertellen, dat ik moeder was. Dat ik een prachtig kind had. Net zoals die vrouw daar met een kinderwagen.

Het kolven en doneren van mijn moedermelk was heel belangrijk voor mij om nog iets van tastbaar moederschap uit te kunnen dragen. Die eerste moedermelk, geel als custard en moddervet. Een paar maanden later heb ik het geproefd. Ik moest toch weten wat James in zijn maag zou hebben gekregen. Het was zo zoet! Het contact dat ik door het kolven met de moeders in het moedermelknetwerk heb gekregen was heel fijn. Ondanks dat het met name een virtueel contact was, heeft het me veel warmte en erkenning gebracht. Kolven heeft zoveel betekent voor mij in de rouwarbeid.

Ik herinner me ook de cocon waar ik die eerste tijd met James in zat en waar niemand bij mocht komen. Ik heb het ervaren als een soort roes. Volledig in eigenheid met mijn kind en zó dicht bij mezelf. Ik wilde ook weinig mensen zien, omdat ik bang was dat die cocon dan weg was. Met iemand anders erbij zou ik andere indrukken krijgen en daarom minder aandacht aan ons kunnen besteden. Sowieso waren woorden, hoe goedbedoeld ook, en andere mensen vaak teveel. Het kostte me erg veel energie. Ik was zo ongelooflijk kwetsbaar, ik stond zo open dat ik bang was om mezelf geweld aan te doen als ik nog meer prikkels van buiten zou krijgen. Die buitenwereld. Hoe vreemd kwam die op mij over die eerste tijd. Het leek soms wel alsof ik opnieuw moest leren lopen.

Het afgelopen jaar heeft de plek van James zijn grafje veel voor me betekent. Niet om dichter bij hem te kunnen zijn, want hij is overal waar ik ga. Vooral omdat het een prachtige plek is waar ik zoveel rust kan ervaren, in de natuur. Het is voor mij een eerste toevluchtsoord. Natuurlijk speelt mee, dat zijn fysieke lichaampje daar ligt. Dat lijfje, dat ik al na drie maanden in me heb voelen bewegen. Ik kan het gevoel niet in woorden vatten, toen ik een keer bij zijn grafje zat en plotseling het beeld van de eerste echo door mijn hoofd schoot. Op die echo waren zo duidelijk de botjes van zijn ruggegraatje zichtbaar, terwijl er verder nog nauwelijks iets te zien was. Die botjes, die lagen nu daar. Dát besef plotseling. Ik ging onderuit.

Ik herinner me de ongelooflijke zinloosheid van zoveel dingen. Al dat schilderwerk in huis? Kon me niets schelen. Wat maakt het in vredesnaam uit of een kozijn nu wel of niet geschilderd was. Het deed zijn functie zo ook prima. Make up?! Werkelijk waar. Wat is het nut van mascara? Maar echt? Niet alleen heel onverstandig omdat het binnen de kortste keren over mijn wangen zou lopen door tranen. Ook de functie ervan. Wimpers langer en wat donkerder? Waarom? Weg ermee! Nutteloze troep. Nog steeds gebruik ik geen make-up als ik thuis of vrij ben van werk. Om wat voorbeelden te noemen.

Mensen die zoveel lawaai kunnen maken, zich druk maken om nietszeggende dingen. Met name viel het me weer op, dat mensen over het algemeen zo slecht kunnen luisteren. Dit was in mijn situatie extra pijnlijk, omdat ik alleen maar een luisterend oor nodig had. Ik wilde mijn verhaal vertellen, wel meerdere keren, vaak! Mensen gingen het voor me invullen, of mijn verhaal in hun eigen woorden herhalen, waardoor ik meer bezig was met uitleggen dat ik dát niet bedoeld had! Vreselijk vermoeiend en energievretend. Of ze begonnen over iemand anders die ‘ook zoiets had meegemaakt’. Over het algemeen vind ik het heel verdrietig, dat veel mensen uit onmacht (en ja, ook vaak bot en gevoelloos gedrag) niet weten hoe ze er voor iemand kunnen zijn. Dat ze de vraag ‘wat heb je nodig’ en de betekenis daarachter niet kennen. Daarom is het extra hard werken, om mensen daarvan op de hoogte te stellen. Het zou heel fijn zijn, als ze dat uit zichzelf zouden snappen en meer deden. Want je bent al zo hard aan het werk.

Vanaf dag één was er zoveel vreugde. Al eerder had ik ervaren dat intense vreugde en verdriet naast elkaar kunnen bestaan. Echter nog nooit op zo’n diep wezenlijk niveau. Dat ik zó blij kan worden van het zeer levendige beeld van James in het zitje voorop de fiets, krulletjes onder mijn neus, handjes in de lucht en kraaien van plezier. En dat ik tegelijkertijd moet stoppen met fietsen omdat ik niets meer kan zien door de tranen. Levendige beelden van James heb ik nog steeds vaak. Niet alleen als baby, ook als jongetje van ongeveer vier jaar en als volwassen man. Het verbaast me niets dat ik die verschillende leeftijden zo helder voor ogen heb.

Wat overal doorheen sijpelde, was dat ik een nieuwe balans moest leren zoeken. Helemaal opnieuw naar mezelf leren luisteren, grenzen stellen en daarin goed voor mijzelf te zorgen. Wat geeft me en wat kost me energie? Waar wil ik mijn kostbare tijd aan besteden? Ook wat de omgang met mensen om mij heen betreft. Dit is nog steeds iedere dag opnieuw onderzoeken en ervaren.

Dit is een greep uit het scala van ervaringen en belevingen. Ik blader door mijn dagboek en er is veel meer. De grootste verandering is het besef, dat James er altijd zal zijn. Een aanwezigheid die nooit meer weggaat. Waar ik eerst bang was dat dit het geval zou zijn als ik weer meer met de buitenwereld in contact zou komen, daar is nu rust.

Vandaag, 31 december 2016, precies een jaar na de haastige spoed naar de begraafplaats hoor ik weer de knallen om me heen. En ik moet glimlachen om mijn actie van toen. Ik zie mijzelf toen en ik zie mijzelf nu. Wat een verandering. Er zal nog meer veranderen. In 2016 is het vlammetje weer voorzichtig aangewakkerd. Om weer fel te gaan branden. Om iets kleins of iets groots. Om wat dan ook.

James 1 jaar

Door Jessica Brandwagt

De eerste verjaardag van je kind. Een mijlpaal. Zo voelt het ook voor mij. Ik zie een alert en blij mannetje, net wankel staand, wijzen naar de zelfgemaakte chocoladetaart. Daar zal hij zo meteen met zijn handjes in grijpen en zijn gezicht mee onder smeren. Ik zie een mannetje, dat met getuite lipjes (omdat ik het voordoe) probeert het kaarsje uit te blazen. Het resultaat is een mengsel van lucht en spuug dat uit zijn mondje komt. Een hilarisch gezicht. Dat mannetje is mijn zoon James die alweer één jaar is geworden. Hij zit op mijn schoot en kraait mee van plezier met het verjaardagsliedje, dat voor hem wordt gezongen. Zijn handjes in de lucht.

Als James had geleefd, dan zou het ongeveer zo zijn gegaan. Maar zo ging het niet. In plaats daarvan was alles er, behalve het meest nodige. Mijn zoon.

Deze eerste verjaardag van James ging gepaard met een aanloop naar deze dag. Die volgens lotgenoten het allermoeilijkst zijn. Ze hadden gelijk. Herbelevingen. Euforie en onrust. De laatste keer dat ik zijn hartje hoorde kloppen. Die eerste wee. Wanneer deed ik wat en waar. Het kwam allemaal terug. En het was moeilijk.

Toch kies ik ervoor om de eerste verjaardag van James te vieren. Met zelfgemaakte chocoladetaart en slingers, een liedje, kadootjes en een ballon bij zijn grafje. Omdat er vorig jaar een prachtige zoon is geboren. Omdat er een moeder is geboren. En omdat de vreugde, kracht en zijn aanwezigheid overheerst. En het is mooi. Maar echt.

James Brandwagt ♥
6.12.2015 – 6.12.2016

dav
dav

Over woorden en tastbare plekken

Door Jessica Brandwagt

Ik sta op een prachtige plek in het bos en hoor ontelbare vogels fluiten, het gezoem van insecten en het ruisen van de wind in de boomtoppen. In de verte het geluid van verkeer en een vliegtuig. Stemmen zijn hier zeldzaam. Ik snuif  de typische frisse en zompige boslucht op en moet soms oppassen dat de eikels die uit de bomen vallen niet op  mijn hoofd belanden. Ik stel me een bozige eekhoorn voor, die zijn verzamelde natuurschatten gebruikt om mensen te bekogelen. De geur van brandend kaarsvet bereikt mijn neus: vlammetjes die in de beginnende schemering een hart vol licht vormen. De ondergaande zon zet de lucht tussen de bomen door in brand. Ik pak het houten bankje, ga zitten, sluit mijn ogen en laat de geuren en geluiden me doordringen. Ik ben thuis.

Ik zit voor het grafje van James. Voor de zoveelste keer. Wie heeft ooit kunnen bedenken dat ik kind aan huis zou worden bij een begraafplaats? Mijn zoon zou dit moeten zijn bij een speeltuin. Of bij een lieve oude dame waar hij een beker warme chocolademelk komt drinken en tussen oude prentenboeken snuffelt. Volledig in fantasie opgaat en de tijd vergeet. Nee, de rollen zijn omgedraaid. In plaats daarvan zit ik hier en gaan deze levendige scenario’s door mijn hoofd.

Een graf wordt vaak een een laatste rustplaats genoemd. Ik heb heel veel moeite met die term. Het was verschrikkelijk om James zijn lichaampje in de koude, natte aarde te stoppen. Ik had de neiging om met een paraplu boven het grafje te gaan zitten als het regende. Hoezo rustplaats? Rust versus de beweging die ooit werd gemaakt? Of is de term bedacht om het voor de achterblijvers (als in nabestaanden, maar dat woord gebruik ik liever niet) minder pijnlijk te maken, ervan uitgaande dat de overledene zacht rust?

Ook van het woord ‘plekje’, fysiek of emotioneel bedoeld gaan mijn haren overeind staan.  Gevoelens en emoties kan ik niet op een plek wegzetten. Als James ergens al een plek heeft, dan is het bij mij en in mij. Waar ik ook heenga. Allesomvattend.

“Heb je het al wat meer een plekje gegeven Jes?”.
“Wat bedoel je met ‘het’?”
“Nou, James enzo ..”
“Nee”, antwoord ik vriendelijk doch knarsetandend, “James enzo kan ik niet op een plek wegzetten. Waar ik vervolgens de deur open en dicht kan doen wanneer ik dat wil”.
“Oh..”

Op het moment dat ik geconfronteerd werd met de geboorte en dood van James, is het me opgevallen dat veel mensen over het algemeen vaak uit onmacht óf helemaal niets zeggen, óf alleen maar in typische termen kunnen vervallen. Ergens is dat begrijpelijk. Want er zijn ook geen woorden die recht doen aan de pijn en het verdriet. Daarom zijn die termen bedacht. Voor anderen om het te kunnen plaatsen. Daar in dat hokje. Voor anderen om tenminste wat standaardzinnen tegen de rouwende te kunnen zeggen. En dat is heel jammer. Want niet alleen vul je het op die manier vaak in voor de ander, maar je biedt ook  geen ruimte om de ander gewoon te laten praten om te trachten woorden te geven aan al die gevoelens en  emoties. En vaak zijn woorden van anderen in deze ook echt overbodig. Gewoon er zijn. Luisteren en niets zeggen. Dat is vaak al voldoende.

Het kiezen van de juiste woorden die voor mij de lading dekken is erg belangrijk.  Helemaal als het over mijn zoon en zijn geboorte en overlijden gaat. Ik kan geen allesomvattende naam of term bedenken die zowel het concrete of tastbare (zoals grafje) als het abstracte (James is bij mij en in mij) omvat. Ik heb geen tastbare plekken of andere zaken nodig om mij aan hem te helpen herinneren of om bij hem te kunnen zijn. James Is. Altijd.

Natuurlijk hebben meerdere tastbare plekken en ook bepaalde voorwerpen voor mij een emotionele lading. Bijvoorbeeld een blauwe hortensia. Deze prachtige, intens heldere blauwe kleur zou één van de kleuren van de babykamer worden. En zijn grafje is voor hem geen  –om even die term weer aan te halen- laatste rustplaats, maar voor mij een eerste toevluchtsoord. Die mooie plek ligt op een  afgelegen hofje op de begraafplaats en is omgeven door bomen en rododendrons, die in de lente  de omgeving veranderen in  een prachtige bloemenzee. Het is een toevluchtsoord om me te ontladen en weer op te laden, om te bezinnen en vooral ook om gewoon te Zijn. Bij mijn zoon. Want ook daar is een deel van hem. Daar ligt zijn vorm, zijn lichaampje waarvan ik iedere millimeter in me heb opgezogen toen hij nog bij me was. Zijn grafje is voor mij een magische plek.

James hoort bij mij te zijn. Thuis, gezond en blakend. En misschien kind aan huis bij een oude dame. En als dat niet kan, dan ben ik maar een soort van thuis bij hem. Op deze tastbare plek.

Ik sta op en zet het bankje terug. De vogels zijn intussen stil en de zon is ondergegaan. Terwijl ik terugloop naar mijn fiets zie ik een konijntje wegschieten tussen de struiken.

 

Intense vreugde en intens verdriet – mijn verhaal

Door Jessica Brandwagt

De laatste maand van de zwangerschap had ik heel vaak een ‘vlak’ gevoel. Ik vroeg me regelmatig af waarom ik een aantal praktische dingen voor bijvoorbeeld de thuisbevalling nog niet had geregeld. Kleertjes? Ja, die had ik natuurlijk wel. Maar ook die kocht ik ‘even tussendoor’. Mijn moeder tikte een commode op de kop en mijn zus vond een geweldige complete kinderwagen. Ik was kortom zelf niet heel erg bezig met dat soort dingen. Alsof dat niet nodig was. Er was in ieder geval een kinderkamer die af was, een fijn warm bedje en ik was er..  Ik gaf mijn (ons!) nieuwe huis en de werkzaamheden ervan de schuld dat ik nauwelijks tijd had voor andere dingen. Ik wilde immers zoveel mogelijk af hebben vóór de bevalling zodat ik me volledig kon richten op mijn mannetje, toch? Twijfels en angsten had ik ook, welke aanstaande moeder niet. Maar dat was allemaal verklaarbaar. Dit vlakke gevoel niet. Dit gevoel van .. onheil? Niet weten wat er zou gebeuren? Alsof heel veel dingen die ik deed in de laatste maand geen betekenis hadden en nutteloos waren. Ik was vaak huilerig en paniekerig .. Maar iedere keer als ik mijn baby voelde bewegen merkte ik hem op en speelde er een glimlach om mijn lippen. Ook al zat ik op dat moment in de auto, ik probeerde altijd een hand op mijn buik te leggen. Iedere keer als ik zijn hartje perfect regelmatig hoorde kloppen bij de verloskundige moest ik huilen. Het geluid was bekend, ik wist wat er ging komen maar tóch iedere keer die tranen. Er leefde een kindje in mij. Mijn baby. Er is niets wonderbaarlijker dan leven in jezelf te voelen.

Ik zat in de laatste week vóór mijn uitgerekende datum op dinsdag acht december 2015. Hoewel ik het getal acht om meerdere redenen een prachtig getal vind, hoopte ik dat mijn mannetje nog een paar dagen rustig zou blijven zitten, veilig in mijn buik. Die zat me nog niets in de weg .. Sowieso had ik een probleemloze zwangerschap. Fysiek gezien dan. Ik voelde me tot op het laatste moment fysiek heel erg goed en kon nog van alles doen. Ook alle echo’s waren goed en bij iedere controle waren hartslag en groei van mijn baby perfect, net zoals mijn bloeddruk. Tot op het laatst kon ik vrijwel al mijn kleding nog aan: van achteren zag je niet dat ik van voren een enorme buik had, waar ik zo trots op was. Emotioneel gezien was het vaak een ander verhaal. Ik ben bij de vader van James weggegaan toen ik ongeveer vier maanden zwanger was. Niet mijn ideale plaatje. Eenzaam ook. Maar mijn kind zou niet opgroeien bij een vader die bijvoorbeeld veel schreeuwde en dominant was. Het was moeilijk om contact  met hem te maken. De ervaring leerde mij dat dit niet zou veranderen. Toen ik zwanger werd kon ik pas goed voelen: dit niet meer en zeker niet voor mijn kind. Het heeft toch nog even geduurd. In de ijdele hoop dat er toch iets zou veranderen. Nee. Gaan. Nu.

Die week stond, zoals de laatste drie maanden, voornamelijk in het teken van klussen in mijn nieuwe huis. Op dinsdag 1 december had ik mijn inmiddels wekelijkse controle bij de verloskundige. Ik trof een verloskundige die ik ook de allereerste keer had gezien. Grappig. Zou dit dan de laatste keer zijn, schoot het door me heen. Tijdens de controle werden de standaard dingen gecontroleerd: mijn bloeddruk die altijd goed was, de groei van mijn buik en de hartslag van mijn ventje die altijd perfect regelmatig was. Wist ik maar dat dit de laatste keer zou zijn ..

Op woensdag 2 december was ik een dag alleen zonder andere mensen in mijn huis. In de middag liep ik even door de stad en mijn oog viel op Takkie, het hondje van Jip en Janneke in de vorm van een knuffelbeestje. Ik aarzelde geen moment en kocht het zwartkleurige beestje met zijn witte snuitje. Een leuk wiegepopje voor James. Zijn naam zei ik vaak in gedachten en ook hardop als ik alleen was. Het beestje kleurde goed bij het zwart wit van de babykamer. Hortensiablauw was de andere kleur.  Die prachtige heldere, intens blauwe kleur van de bloem bleek helaas niet te vinden in stof of wol. Sommige dingen van de natuur laten zich niet grijpen, was een gedachte die vaak in me opkwam die laatste paar weken. Overigens had ik twee weken eerder de naam van mijn baby aan mijn moeder verteld. Stel je voor dat er iets met mij zou gebeuren tijdens de bevalling. Dan zou niemand zijn naam weten. Mijn moeder staarde me toen vol afschuw aan. Tsja, het was iets waar je rekening mee moest houden. Dáár wel mee ..

De dag erna, donderdag 3 december, voelde ik me helemaal niet goed en vlak voordat mijn moeder en haar partner weggingen ’s avonds werd ik overmand door plotseling verdriet. Desgevraagd zei ik dat ik niet wist wat er allemaal zou gebeuren. Een voorgevoel? Even later nestelde ik me in bed met een boek. Ik draaide me op mijn linkerzijde en plotseling voelde ik  James heel hard schoppen. Alsof hij keihard met zijn vuistjes en voetjes tegen mijn buik roffelde. Mijn eerste gevoel zei me dat dit absoluut niet klopte. Ik voelde hem altijd wel een paar keer per dag maar deze beweeglijkheid was voor hem ongekend. Daarna gelijk de blije gedachte erachteraan ‘zo, jij hebt er zin in..’, die de overhand nam. Maar toch. De onrust ging niet meer weg.

Vrijdag en zaterdag. Vier en vijf december 2015. Je zou zeggen dat gevoelens als opwinding, enthousiasme en rust de overhand zouden hebben de laatste dagen voordat er een kindje komt. Maar die twee dagen voelde ik me afwisselend onrustig, vlak en mat, afwachtend en lichtelijk in paniek om .. ja .. wat eigenlijk!! Dingen voelden zo betekenisloos. Het maakte niet meer zoveel uit, zoiets. Een oom van mij kwam onverwacht langs na zijn vakantie. Hij kwam even kijken naar de vorderingen in het huis en was benieuwd of hij verrast zou worden met een  nieuwe wereldburger?! Neen, die zat nog veilig in mijn buik constateerde hij na het zien van mijn mooie skippybal. Ik heb mijn gevoelens met niemand gedeeld. Ik weet niet waarom. Alsof ik geen woorden durfde te geven daaraan, want dan zou het echt zijn. En ik wist niet eens wat nou dat ‘het’ betekende. En natuurlijk was gewoon ook alles in orde!!

Zaterdagavond voelde ik een eerste lichte wee. James! Nu al?! Een Sinterklaaskind?! Nee, zo’n vaart zou het niet lopen. Zondagochtend zetten de weeën door. De bevalling. Het was zover. Iedere vezel in mijn lijf was daarop gericht. Ik bleef in bed, wilde hangen maar kon mijn draai niet vinden. De verloskundige kwam. Ik hoorde haar zeggen, laten we even luisteren hoe het met het kindje is .. En ik voelde een schrikreactie bij mezelf. Waarom? Doe maar niet! Bij de eerste keer luisteren hoorde ze geen hartslag. Ik zag haar fronsen .. ik wist het ik wist het ik wist het ..nee nee nee nee NEE NEE NEE!!!!! Tweede keer luisteren, derde keer luisteren.  Veel ruis, maar geen perfect regelmatige hartslag  zoals afgelopen dinsdag nog. Ze vroeg aan mij of ik misschien bodylotion had gebruikt die ochtend. Dat zou de ruis kunnen veroorzaken. Ja!! Dat had ik gebruikt!! Hoop gloorde aan de horizon en ik zag plotseling weer licht. Ze veegde mijn buik schoon en luisterde weer. Niets .. En ik hoorde haar zeggen, ik hoop dat dit de eerste keer is dat ik dit fout doe. Ik moest naar het ziekenhuis om een echo te laten maken. Ondertussen begonnen de weeën al aardig door te komen.

Bij het ziekenhuis aangekomen werd ik in een rolstoel gehesen en terwijl ik weeën aan het opvangen was zag ik in de lift een jong stel naar me kijken en glimlachen om het emotionele moment. Jullie moesten eens weten, flitste het door me heen. We werden opgewacht door een team aan artsen en verpleegkundigen. Ik zag ze maar half. Tussen de weeën door staarden ze naar het scherm, speurend naar een teken van leven van mijn James. Ik staarde puffend naar die gezichten, speurend naar een positief teken, een lach. Ik weet niet hoeveel minuten of seconden er voorbij gingen. Vanaf toen ben ik al het tijdsbesef kwijtgeraakt voor een hele lange tijd. Iemand zei dat het kindje was overleden .. Toen pas keek ik naar het scherm. En ik zag het hoofdje van mijn James, net zoals altijd. Er was niets anders aan. Ongeloof maakte zich van mij meester, woede, ik schreeuwde dat ze ongelijk hadden. Dit kon toch niet waar zijn ..!! De gezichten staarden naar mij, wel zes paar ogen. Het was afschuwelijk. Ik voelde me een poppenkast. Woedend werd ik. Alle overbodige gezichten moesten opsodemieteren. En ondertussen werden de weeën heviger. Er was geen tijd om stil te staan bij deze hel. De bevalling ging door. Ik MOEST bevallen. Van een levenloos kindje. Ik ging leven geven aan dood. Ik wist dat, maar het ging er bij mij op dat moment ook maar gedeeltelijk in. Ik heb altijd aangegeven dat ik absoluut geen pijnstilling bij de bevalling wilde. Maar nu vond ik het zo oneerlijk dat ik zoveel pijn moest lijden om mijn kindje die ik daarna weer moest laten gaan. Ze hebben me iets lichts gegeven. Iets dat ik zelf kon doseren. Ik heb er nauwelijks gebruik van gemaakt. De uren erna nam mijn lichaam het van me over. Ik heb vaak gedacht dat ze ongelijk hadden. Ik zou mijn ventje zo meteen eindelijk in mijn armen kunnen sluiten. Een warm glibberig wormpje. Die gewoon zoals alle babies hard zou huilen ..

Even later hield ik hem in mijn armen. Eindelijk! Het verlangen en de verwachting maakten plaats voor ontmoeting. Wat was ik trots en blij. Mijn mooie mannetje, mijn James. Een lang mannetje van bijna zeven pond heb ik eruit geperst. Zwarte krullende haartjes, een dopkinnetje met een kuiltje, heerlijke bolle wangen, volle kuitjes. Die slap in mijn armen lag. Realiteit .. hak .. BRULLEN ..  Euforie wisselde zich in een razend tempo af met extreem verdriet en ongeloof. Wat is er zo kort voor de bevalling gebeurd en wanneer? Alles was goed! Wat is er misgegaan?! Het zijn vragen die nog steeds malen .. De halve nacht zijn er foto’s gemaakt, er zijn afdrukken van zijn handjes en voetjes gemaakt. Ik heb hem bewonderd, vastgehouden, geknuffeld, geschreeuwd van woede en verdriet. Ik hoopte zo dat ik die nacht wakker zou worden van zijn gehuil, van zijn geluidjes. Kon iemand me alsjeblieft wakker maken.

Ik had de hele nacht niet geslapen van de vreugde, van de rauwe pijn, van de fysieke en emotionele ervaring van de bevalling. Van de mooie en wrede natuur .. Die ochtend zou mijn zoon opgehaald worden voor onderzoeken. Ik vond het een verschrikkelijk idee dat ze in hem zouden snijden, maar ik wilde er alles aan gedaan hebben om een mogelijke doodsoorzaak te kunnen achterhalen. Die middag haalde ik hem weer op en bracht hem thuis waar hij hoorde. In zijn wiegje. Bij mij. Zijn moeder. Om hem eigenlijk nooit meer te laten gaan. Het was op dat moment niet voor te stellen dat ik dat wel moest doen een paar dagen later.

De dagen die volgden stonden in het teken van uitersten. Vreugde, verdriet, leegte, woede, angst, dingen regelen voor de begrafenis, beslissingen nemen, zoveel mogelijk tijd doorbrengen met James, momenten van realiteit. Het was een achtbaan aan emoties en gebeurtenissen die ik allemaal probeerde te voelen en te doorleven. Ik denk dat ik dankzij dit redelijk helder kon denken. Ik besefte erg goed dat dit mijn enige (fysieke) tijd was met mijn zoon. De buitenwereld bestond voor mij niet.

Op dinsdag 8 december – mijn uitgerekende datum – ging ik de plek van James’ aankomende grafje bezoeken. Toen ik die plek zag sloeg de realiteit weer in alle hevigheid toe. Enerzijds prachtig in het bos, anderzijds een nummer op een stukje grond waar zo meteen mijn zoon zou komen te liggen. Ik weet niet welke oergeluiden ik allemaal heb laten horen maar het kwam uit mijn tenen. Ik kon niet meer overeind blijven staan. Het was zo ondenkbaar, niet voor te stellen en gewoon niet aan de orde dat ik mijn zoon daar achter zou laten!! Dat ik hem in de koude, natte grond zou stoppen om hem nooit meer te zien. Terwijl hij nu nog veilig bij mij in de wieg lag. Op dat moment voelde ik James heel dichtbij en het leek of hij zei, dat hij daar op die plek fijn met de andere kindjes zou spelen. Ik werd er rustiger van. En ik wilde heel snel weer terug naar huis, waar James was.

Een dag later moest ik de geboorte van mijn zoon aangeven en tegelijkertijd de overlijdensakte tekenen. Weer een moment van realiteit. Van de gemeente kreeg ik een ‘verlof van begraven’ mee. Om iedere keer de naam van James ergens te zien staan in combinatie met zijn overlijden was zó bizar en zó niet kloppend.  Ik ben door die combinatie een paar keer goed door het lint gegaan. Mag niet, kan echt niet. Gestoorde, bizarre, belachelijke natuur ..  Die dag ben ik zoveel mogelijk bij hem geweest. Hij heeft naast me gelegen in mijn bed. Ik heb alles van hem in me opgezogen, met hem geknuffeld, tegen hem gepraat, selfies gemaakt met mijn zoon. Ik heb met hem op mijn arm door het hele huis gelopen, met mijn telefoon video’s ervan gemaakt. Ik wilde dat wij samen in iedere ruimte waren geweest.

Die dag heb ik ook voor het eerst mijn moedermelk gekolfd. In het ziekenhuis zeiden ze, dat ik tabletjes kon nemen om de productie van moedermelk te stoppen. Of strakke bh’s kon gaan dragen. Het zou na twee dagen afgelopen zijn. Uiteraard zou ik James borstvoeding geven. En het voelde voor mij helemaal niet goed om dit aspect van het moederschap plotseling af te kappen. Ik bedacht me, dat zoveel dingen gedoneerd worden. Waarom niet mijn moedermelk?? Bovendien voorzag ik dat het noodzakelijke ritme van het kolven mij zou kunnen helpen om enigszins orde in deze bizarre chaos te scheppen. En mijn borstvoeding was voor mij  het enige tastbare dat ik nog had aan het moederschap. Ik had immers geen buik meer, geen levende fysieke baby die ik aan iemand kon laten zien. Maar ik had nog wel moedermelk. Ik kon mijn kolf tevoorschijn halen en ergens vragen om een kolfruimte. Daarnaast kon ik een andere baby goed laten groeien van het witte goud. Ik begon met kolven drie dagen na de geboorte van James en had geen verwachting of het zou lukken. Vreugde toen de melk vrijwel gelijk begon te stromen. Intense pijn en verdriet omdat ik niet het warme mondje van mijn baby  voelde, maar koud plastic.

En toen was het donderdag 10 december. De dag van de begrafenis. Ik kon niets meer doen, niets meer rekken. Er zou geen nacht meer volgen dat James de volgende dag nog bij me zou zijn. De hele ochtend ben ik alleen met hem geweest, alles van hem voor de zoveelste keer in me opgezogen. Het was niet genoeg. Ik wilde dat alles ophield te bestaan. Alleen nog hij en ik voor de rest van mijn leven, in ons veilige bolwerk. Waar niemand tussen kon komen. Ik heb hem die ochtend op mijn slaapkamer uiteindelijk in zijn zelfgemaakte en beschilderde kistje gelegd en hem voor het laatst toegedekt.

Even later heb ik James naar zijn plek op de begraafplaats midden in het bos gedragen. Kaarsen om zijn kistje. Een liedje en een paar woorden. Muziek wilde ik niet. De vogels zouden wel fluiten en de bomen ruisen. Simpel en mooi. Het moment dat ik het dekseltje erop moest doen kwam. Ik kon het niet. Ik zou daarna zijn mooie bolle koppie niet meer zien. Op enig moment deed ik het toch. Ik vind het heel bizar hoe zoiets werkt in ons  brein. Waarom deze regels volgen? Waarom niet gewoon keihard wegrennen met James in mijn armen? Naar huis? Waar hij hoort? Zoek het uit met dat gat in de grond?! Gevoel en verstand waren niet te rijmen.

We hebben met z’n allen het gat dichtgemaakt. Ook dat wilde ik zelf doen. Ik wilde mijn mannetje volledig begeleiden, in alle opzichten tot op het laatste moment. Maar nog liever wilde ik dat het gat een stuk groter was en dat ik daar zou liggen. En niet mijn zoon. Neem mij. Ik weet niet of dat gevoel ooit weggaat ..

Het intense verdriet en ongeloof, de pijn en woede die ik heb ervaren en nog steeds ervaar kan ik niet beschrijven. Dit is niet zoals het hoort te zijn. Tegelijkertijd ben ik moeder geworden voor de rest van mijn leven, iets wat niemand mij meer afpakt. De vreugde en rijkdom die dit met zich meebrengt is ook met geen pen te beschrijven. De gebeurtenissen maken, dat alles in de vertraging gaat en dat ik mijn passen heel bewust probeer te zetten. Ik heb weer ervaren dat de twee uitersten – extreem geluk en extreem verdriet – dicht naast elkaar kunnen bestaan. Ze wisselen elkaar constant af bij me. Het is letterlijk leven met ‘Leven en Dood’. Ik ben een verpleegster in het ziekenhuis zo dankbaar dat ze me in eerste instantie feliciteerde omdat ik moeder was geworden van een prachtige zoon. En dat ze me daarna pas condoleerde. Dat is namelijk precies hoe ik het heb ervaren en nog steeds ervaar: ik heb een prachtige zoon. Dat gevoel van vreugde komt als eerste.

Ik ben op 9 april 2016 gestopt met kolven, precies vier maanden nadat ik ben begonnen. Door deze ervaring heb ik mooie ontmoetingen gehad met moeders. Met sommigen heb ik nog steeds contact. Ik kan inmiddels voorzichtig terugkijken op die eerste maanden en het kolven heeft mij hier echt doorheen gesleept.  Ik was hierdoor op zo’n intense en ook concrete manier bezig met mijn moederschap. Daarnaast gaf de confrontatie van het kolven mij ook handvaten om nog dieper mijn rouwproces van dat moment te kunnen ervaren. Ik heb het samen met James gedaan. Mede het kolven heeft mij ongelooflijk geholpen om een bodem te kunnen leggen, zodat ik weer enigszins kon gaan staan en verder kon gaan met het verweven (zeg alsjeblieft GEEN verwerken!!) van deze gebeurtenis in mijn leven, met rouwen. Een proces dat van kleur verandert, maar dat nooit over zal zijn. Er is hier geen sprake van een einde. Ik ben zo ongelooflijk blij en dankbaar, dat ik in de week van James zijn geboorte zo helder was. Dat ik de tegenwoordigheid van geest heb gehad om mijn eigen intuïtie te volgen en niet naar anderen heb geluisterd.

James is altijd bij me. Er loopt een voor anderen onzichtbaar kindje aan mijn hand voor de rest van mijn leven. Voor mij is hij zo levendig. Het klinkt paradoxaal, maar ik voel me rijk ondanks de dramatische uitkomst van de zwangerschap. Deze levensgebeurtenis brengt me ook veel. Ik probeer te leven met de vele tegenstellingen die ik naast elkaar voel: de intense vreugde en het intense verdriet. De prachtige natuur die mij James heeft gegeven en diezelfde wrede natuur die mij zomaar heeft bestolen. En ja, ook met de gedachte dat dit echt is zoals het Is.

Tijd
Ik wist niet
of je zou komen
en wanneer.

Alleen de Tijd
wist het.

Je bent er nu.
Alleen tijd met jou
kreeg ik niet.

Maar je bent er.
AlTijd..

James

(jessica brandwagt)

♥♥♥

img_20160703_141254  img-20151130-wa0010  geboortekaartje-james  img_20151113_193411